Home » Begrippenlijsten » Zachtfruit

Zachtfruit

 


 


A+ Planten           Diepgekoelde wachtbedplanten; zie wachtbedplanten.


 


Bessen                 Zie Besvrucht en Korrels.


 


Besvrucht            Dit zijn vruchten waarbij de zaden opgesloten zitten in het zachte vruchtmoes.


Bijv. Druiven, Aalbessen, enz..


 


Beurtjaren            Jaren waarin de fruitboom niet of nauwelijks vruchten geeft. Komt soms voor na een overvloedig oogstjaar.


 


Borstelharen        De lichte beharing die bij Kruisbessen voorkomt.


 


Condensvorming  Neerslag van het vocht uit de warme lucht op een koud pro­dukt. Bijv. wanneer Aardbeien uit de koelcel in een warme ruimte komen, slaat het vocht neer op de vruchten.


 


Dauwlaag             Een beschermende waslaag die bij kasgeteelde vruchten bijv. Druiven en Pruimen duidelijk zichtbaar is. De waslaag be­schermt de vrucht tegen o.a. uitdrogen. In België spreekt men van donzig. Bij vollegrondsgeteelde vruchten is deze laag meestal beschadigd.


 


Donzig                  Zie Dauwlaag.


 


Doodstelig            Een gebrek bij Druiven, waarbij de steel/tak tijdens de bewa­ring bruin zwart verkleurt en daardoor de Bessen loslaat. Komt voor aan het einde van het seizoen.


 


Doorplukken        Het plukken van alleen de plukrijpe vruchten van een boom, de overige vruchten pas plukken wanneer die plukrijp zijn.


 


Dunnen                Vruchtdunning, het aantal vruchten bij grote vruchtzetting uitdunnen. Komt voor bij o.a. Pruimen, door het aantal te verminderen zullen de overige vruchten groter en smakelij­ker worden.


 


Eskibozen            Een samenvoeging van Eskimo en Frambozen, deze term             wordt gebruikt voor de gekoelde planten van de Glen Clova Framboos.


 


Facultatief            Niet verplicht.


 


Forceren              Een teeltmethode waarbij er ingegrepen wordt in de natuur­lijke groeiomstandigheden van het gewas.


 


Gedopt                 Vruchten aanvoeren zonder kelk, bijv. Aardbeien en Fram­bozen.


 


Gekoelde planten Zie wachtbedplanten.


 


Gesegmenteerd   De segmentverdeling die bij verschillende meloenrassen voorkomt. Ook mootverdeling en ribben.


 


Gevleugeld           Lange schoudertakken met een matige vruchtzetting. Komt voor bij Druiven.


 


Graterig               Trossen Druiven of Bessen die niet volledig zijn bezet.


 


Heterogeen          Samengesteld uit niet gelijke personen.


 


Holpitters             Aanduiding voor Perziken/Nectarines die een gespleten ‘pit’, steen bevatten. Komt regelmatig voor bij vroege rassen.


 


Hybride                Kruising


 


IGB                       Inspectie Gezondheidsbescherming; v/h Keuringsdienst van Waren.Opgevolg door de nVWA


 


Kersen keren       Een term voor het beschermen van de kersenoogst tegen m.n. spreeuwen; zie vogelafweer.


 


Klonen                 De gehele nakomelingschap die door voortplanting uit een organisme is ontstaan.


 


Klonenselectie     De keus die gemaakt wordt bij een proef van meerdere klo­nen. Zie klonen.


 


Koppelverkoop     Twee of meer verschillende producten tegelijkertijd aanbie­den voor een prijs. Bijv. Rode Bessen en Frambozen.


 


Korrels                 Hiermee worden de Bessen aangeduid die in trosvorm groeien.


 


Kwalitatief onder- De laagste kwaliteitsklasse, klasse III.  Meestal  gebruik


eind van de oogst voor industriële verwerking.


 


Lamstelig             Een ziekte die tijdens de groei bij Druiven kan voorkomen, de steel vormt in het midden geen of nauwelijks zijtakken. Waardoor er een tros ontstaat die langgerekt is en slordig van model.


 


Maandbloeier       Twee of meermalen per jaar bloeiende planten, komt voor bij o.a. Bosaardbeien.


 


Mootverdeling      Zie gesegmenteerd.


 


Muscat                 Zie Muscus.


 


Muscus                Zie Muskaat, ook Muscat.


 


Muskaat               Een smaaktype die we het best kunnen omschrijven als: kruidig zoet.


 


Onderstam           In de fruitteelt worden bomen en struiken geënt op een on­derstam die past bij de groeiwensen en groeiomstandighe- den van de grond. Op deze wijze is het mogelijk fruitsoorten die van nature aan hoogstambomen groeien op laagstambo­men te telen.


 


Platglas                Bakken, ook broeibakken genoemd.


 


Refractometer      Een instrument waarmee het suikergehalte gemeten kan worden van vruchten. Bijv. Druiven.


 


Ribben                 Zie gesegmenteerd.


 


Rui                       Het voortijdig loslaten van de vruchten van tak of tros.


 


Samengestelde    Vruchten   die   zijn   samengesteld   uit  verschillende


vruchten              kleinevruchten, zoals Braam, Framboos; ook beschreven als samen­gestelde steenvruchten.


 


Schijnvrucht         Op vruchten gelijke produkten, die botanisch gezien geen vruchten zijn. Bijv. de Aardbei.


 


Schouder             De eerste zijtakken van een tros Druiven.


 


Staandglas           Kassen.


 


Steenvruchten     Vruchten met een harde kern als pit, zoals Kers, Pruim, Per­zik, Abrikoos, enz..


 


Stookteelt            Teelt in verwarmde kassen.


 


Sorteringscode    Een codering, vaak aangegeven met letters. Deze staan voor een bepaalde maat, komt voor o.a. bij Perziken.


 


Synoniemen         Gelijknamig, komt veel voor bij Zachtfruit in het bijzonder bij Druiven.


 


Tafeldruif             Druiven geteeld voor de verse consumptie.


 


Terugkruisen       Hierbij wordt het resultaat van een kruising, weer gekruist met een van de kruisingsouders. Het doel hiervan is om de goede eigenschappen weer te kunnen gebruiken voor een al­gehele produktverbetering.


 


Toevalszaailing    Spontaan gegroeide gewassen uit zaad zonder dat hierbij de opzet tot vermeerdering het doel was. Vruchten die van deze gewassen geoogst worden noemen we ook zaailingen. Indien deze zaailingen eigenschappen bezitten, die binnen de soort een verbetering betekenen, worden deze vruchten vaak als een nieuw ras beschreven.


 


Tunnels                De planten worden beschermd door plastic, dat in een tun­nelvorm is aangebracht. Dit kunnen zowel lage tunnels zijn (vervanger voor platglas) als grote tunnels (als vervanger voor staandglas).


 


Vegetatief             Ongeslachtelijke vermeerdering.


 


Veldwarmte          De temperatuur die de produkten hebben tijdens de oogst.


 


Vogelafweer         Het weren van schadelijke vogels uit de fruitboomgaard.


 


Volgers                Nabloei van Kersen, komt voor o.a. bij Meikers en Morel.


 


Vruchtrui              Zie rui.


 


Vruchtzetting       Het zich ontwikkelen van een bevruchte bloem tot een vrucht.


 


Waas                    Zie dauwlaag.


 


Wachtbedplanten Planten die gekoeld worden bewaard om op een ander tijd­stip dan het natuurlijke uit te planten, komt voor bij Aard­beien e.a..


 


Warenhuis            Aan elkaar gebouwde kassen; staandglas.


 


Waslaag               Zie Dauwlaag.


 


Winterhard           Bomen, struiken en planten die in ons klimaat kunnen over­winteren.


 


Zamelvrucht         Zie samengestelde vruchten.


 


Zaailing                Zie toevalszaailing.