Groenten
Anthocyaan De rode kleurstof die bij verschillende groentensoorten voor de paars/rode of paars/blauwe kleur zorgt. Bijv. Rode Kool - Kroten.
Bewerkte Groenten die een bewerking heeft ondergaan, zoals, snijden,
produkten wassen, al dan niet vermengd met andere bewerkte groenten.
Botersla Zachte Kropsla
Bladmoes Hiermee duiden we het bladgedeelte aan wat tussen de nerven d.w.z. de verdikte vezelbanen zit.
Blancheer Groente kort in kokend water onderdompelen waardoor het slinkt, en direct in koud water afkoelen.
Blijver en Hiermee wordt aangegeven dat bij een dicht gezaaid product er Wijker om de ander geoogst wordt zodat de blijvende planten kunnen
uitgroeien tot volwassen exemplaren b.v. Knolselderij.
Calorie 1000 cal. = 1 kcal, zie joule.
Celvocht Het vocht dat vrijkomt bij het snijden van verse producten. Dit celvocht is zeer gevoelig voor zuurstof uit de lucht waardoor op
de snijvlakken bruinverkleuring ontstaat.
Colli/Collo Zie verpakkingseenheid.
Consumptie- Zie gebruikswaarde.
waarde
Contractteelt Tuinders sluiten teeltcontracten af met grootafnemers bijv. snijderijen, grootwinkelbedrijven en de industrie om tegen van tevoren afgesproken prijzen te telen.
Cultivars Zie ras.
Dunsel Plantjes die bij het uitdunnen als eetbare groente wordt ver- kocht. Komt voor bij Sla.
Ethyleen- Het rijpingsgas ethyleen dat afgegeven wordt door veel rijpenschade de producten, zorgt voor de afbraak van bladgroenkorrels
(chlorofyl). Komkommers zijn hier zeer gevoelig voor.
Export De verkoop van in Nederland geteelde producten naar het bui- tenland.
Forceren Ingrijpen van de mens in de normale groei van een gewas. Het telen van Witlof, in het donker afgeschermd van het licht, of het telen van Asperges afgedekt door aarde om ze blank te hou-
den.
Geforceerde Rabarber in de winter, de plant is dan afgedekt door zwart plastic, veel warmte en vocht zorgen dan voor een geforceerde groei.
Gebruiks- De waarde die het product heeft voor de consument ook Con-
waarde sumptiewaarde genoemd.
Gekiemde Het uitlopen van knolgewassen bijv. Aardpeer.
Genetisch Erfelijk bepaald, eigenschappen die het produkt van nature be- zit.
Gesegmen- Zie partjes - segmenten.
teerde
Gesteriliseerd Een vorm van conserveren, lang houdbaar maken, waarbij het product wordt verhit tot boven de 120°C, waarbij alle bacteriën en sporen van schimmels worden gedood.
Groenboeren Zie tuinder.
Groenten Definitie: Onder Groenten verstaan we alle eetbare delen van kruidachtige gewassen geschikt voor menselijke consumptie.
Kruidachtige gewasssen bezitten geen takken maar stengels.
Het woord groenten is vermoedelijk ontstaan in de 14e eeuw om aan te geven dat het om groenkleurige oogstbare en eetbare planten ging.
Grootte Het indelen van producten naar maat.
sortering
Heterogene Een groep bestaande uit personen die niet dezelfde belangen groep hebben. bijv. de koper op een veiling, grossier, kleinhandel
enz..
Hutspot Mengsel van gekookte Aardappelen, Peen en Uien.
Hybride rassen Rassen als kruisingsproduct ontstaan uit verschillende ouders, meestal zijn ze steriel. Veel Hybride rassen ook bastaardrassen genoemd bezitten wel een enorme groeikracht.
nVWA Nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit , v/h Keuringsdienst van Waren.
Ingeschuurd Het opslaan na de oogst in een schuur of pakhuis.
Interventie- Door de overheid, gegarandeerde prijzen.
prijzen Hierbij kan het gaan om subsidie op de kostprijs, maar ook ga-
ranties t.a.v. de opbrengst.
Joule Eenheid voor energie J. (joule) 1000 J. is 1 Kilo joule kJ.
Als de energetische waarde nog in de oude aanduiding van de kilocalorie (kcal) staat aangegeven dan vermenigvuldigen met 4,2 om de waarde in kJ te verkrijgen.
Keukenmei- Een bijnaam voor Schorseneren.
denverdriet
Kruidachtige Zie groenten.
gewassen
K.v.W. Keuringsdienst van Waren (zie nVWA).
Kwaliteit Definitie: De som van alle materiële en immateriële eigen-
schappen van een product of artikel.
Het meer of minder voorkomen van ziekte en/of gebreken in/op
een produkt.
Kwantum Hoeveelheid.
L.T.B. Lage Temperatuur Bederf.
Modjo A. De sorteringsaanduiding van Rode ronde Kroten.(Bieten)
Modjo B. Modjo B. 30-50 g, Modjo A. 50-100 g.
Naaldbonen Slabonen die worden gesorteerd op breedte van de peul. Ook bekend als Haricots Verts.
Natuur Vollegrondsgroenten.
groenten
Nerf Verdikte vezelbanen in het blad van de plant.
Onder glas Het telen in kassen, dit kan op diverse manieren, zware stook-
telen teelt, lichte stookteelt, koude teelt.
Opgekuild Een methode van bewaren, waarbij na de oogst en een zekere afhardingstijd de producten in zand worden bewaard. Bijv. Knolselderij.
Optimale be- De temperatuur waarop het product het langst te bewaren is
waartempera- zonder merkbare achteruitgang van de kwaliteit.
tuur
Oxaalzuur Een stof die kalk aan zich bindt, komt voor in o.a. Rabarber. Door de kalkbindende eigenschap van oxaalzuur, komt de kalk niet in het lichaam terecht bij het eten van bijv. Rabarber.
Partjes/Seg- De van nature aanwezige zelfstandige delen van een product, menten of de vakverdeling die segmenten indeling verondersteld. Bijv.
Meloenen.
Parthenocarpie Zonder bestuiving en bevruchting toch vruchtvorming. De
vruchten zijn dan zaadloos. Komt voor bij Augurken.
Peul De aanduiding voor de zelfstandige groentesoort als ook de aanduiding voor de huid van zaaddoos die we Bonen noemen.
Primeur De eerste aanvoer van een product. Doordat er steeds meer het jaarrond aanvoer is van veel producten komt dit steeds minder voor. Bijv. de eerste Hollandse Peulen.
Ras Ook Cultivar of Variëteit genoemd, het gaat hierbij om de aan- duiding van het product zoals dit botanisch is ingedeeld. Bijv. de soort is Rabarber en het ras is Goliath.
R.V. Relatieve Luchtvochtigheid, hiermee wordt aangegeven de hoeveelheid vocht die de lucht op dat moment bevat.
Scheden De huid van de zaaddoos van bijv. Slabonen.
Schot De groeitop in de kern van de plant, die niet smakelijk is. En voor kwaliteitsverlies zorgt. Komt voor bij o.a. Andijvie, Witlof en Chinese Kool.
Sluitkool De groep Koolsoorten die een gesloten krop vormen.
Smoren Groenten stoven in het eigen vocht, olie of vet.
Snitdikte De snij-afmeting van de groenten, bijv. Prei snijden op een snit-
dikte van 12 mm.
Snijderij Het fabrieksmatig verwerken van AGF-producten voor de de- tailhandel, horeca en grootverbruik.
Snijvlak Daar waar de plant van z'n wortels is ontdaan, ontstaat een snijvlak.
Soortnaam De aanduiding volgens vaste botanische indeling waarbij de soort ook wel Species genoemd wordt gebruikt als verzamel- naam, bijv. soortnaam Bloemkool of Witlof.
Stampot Mengsel van gekookte Aardappelen met een groente, bijv. Boerenkool of Zuurkool.
Stapelgroenten Hiermee bedoelen we die groentesoorten die met name vroeger gestapeld werden bewaard in speciaal daarvoor gebouwde schuren. Door de huidige wijze van bewaren in kuubskisten in een koelcel is deze methode achterhaald.
Teentjes Dit zijn de samengestelde bolschubben van de Knoflook en Sjalot. Ook klisters genoemd.
Toekruid Aanduiding voor kruidige groenten of kruiden die de hoofd- groente meer smaak/aroma moeten geven.
Tuin Een afgescheiden of omheinde grondstuk bedoeld voor de teelt van groenten.
Tuinbouw Het uitoefenen van het telen in/op de tuin.
Tuinder De bewerker van de grond, teler van de groente, dit kan zowel in de vollegrond als in de kas.
Tuinderij Zie tuin, op een tuinderij kan in de vollegrond als in een kas ge- teelt worden.
Uitwinteren Of opvriezen, het opnieuw bevriezen van de grond en de plan-
ten.
Variëteit Zie ras.
Vaste plant Meerjarig ook overjarig gewas genoemd. Bijv. Rabarber, Asper- ge.
Veilen Een wijze van verkopen waarbij een openbare prijsvorming tot stand komt d.m.v. de klok die volgens het afmijnsysteem werkt.
Verhouting Het indrogen en stug worden van met name stengelgewassen of sten-gels van kruidachtige gewassen. Bijv. Asperge en Artisjok.
Verklisteren Zie teentjes.
Verkurkt Het indrogen van de huid met name bij Knolgewassen.
Verlaten Gebruik maken van bepaalde technieken, bijv. later zaaien, of gekoeld plantmateriaal later uitzetten, om zo later te kunnen oogsten.
Verpakkings- Collo meervoud Colli, aanduiding voor kist, krat, doos, zak en eenheid ton.
Vervroegen Gebruik maken van bepaalde technieken, bijv. stoken om zo het gewas eerder te kunnen oogsten.
Voet De voet van de stengel, of krop is dat deel waar de wortels aan groeien.
Voor de voet Hierbij worden de planten geoogst zonder het blijver-wijker-
weg systeem toe te passen.
Warmoes Verbastering van Warme Moes of gekookte groente.
Warmmoes Zie Warmoes.
Warmoezenier- Zie tuinderij.
derij
Winterhard Producten die bestand zijn tegen een matige vorst, en vaak tot ver in de winter op het land blijven staan voordat deze geoogst worden. B.v. Prei, Boerenkool en Groene Savoye kool.
